Sensorische informatieverwerking

De hele dag door geven onze zintuigen informatie uit de omgeving aan ons door zodat we kunnen functioneren in het dagelijkse leven. Onze zintuigen ontvangen informatie van zowel binnen als buiten ons lichaam. Ons lichaam en brein kan onderscheid maken in belangrijke en onbelangrijke informatie. We filteren dus wat we binnen krijgen.

Zintuigen als ogen (zien), oren (horen), neus (reuk), mond (smaak) en de huid (tast) kent iedereen. Heel belangrijk zijn echter ook onze ‘verborgen’ zintuigen: het evenwichtsorgaan, het gevoel vanuit spieren en gewrichten en het gevoel vanuit onze inwendige organen. Al deze zintuigen werken samen en beïnvloeden elkaar gedurende de dag. Een prikkel komt binnen en ons brein kan dan beslissen wat we gaan doen. Zo stappen we bijvoorbeeld weer op de fiets wanneer het licht op groen springt of gaan we naar de wc wanneer we voelen dat onze blaas vol is.

Hoe ziet een sensorisch informatieverwerkingsprobleem eruit?

Sommige kinderen registreren prikkels uit hun omgeving op een andere manier dan we verwachten. Het gevolg is dat hun reactie op de omgeving en/of de situatie niet adequaat of passend is. Voorbeeld: Als een kind tastprikkels te sterk ervaart, kan een goedbedoelde aai over de bol als pijnlijk worden ervaren. Het kind wordt boos en schopt, slaat of scheldt of gaat situaties al vooraf uit de weg.

Behandeling

Kinderen met SI-problemen kunnen worden aangemeld zonder tussenkomst van de huisarts. Na aanmelding bekijken we eerst wat er aan de hand is. Dit wordt gedaan door observaties in de praktijk en indien nodig in de klas. Ouders krijgen een vragenlijst en desgewenst kunnen ook school of andere hulpverleners bij de behandeling worden betrokken.

In de therapie is inzicht geven aan kind en omgeving een groot doel. Tijdens de therapie wordt veel gebruik gemaakt van spelmateriaal dat de verwerking van zintuiglijke informatie stimuleert. Er wordt gekeken op welke gebieden problemen bestaan en welke zintuiginformatie juist gestimuleerd of beperkt moet worden. Er kan samen met ouders en kind gekeken worden welke activiteiten een probleem zijn en hoe een kind daarin geholpen kan worden.

We onderscheiden drie soorten problemen binnen de prikkelverwerking:

De verschillende prikkelverwerkingsproblemen zijn hieronder verder uitgewerkt.

KINDEREN DIE PRIKKELS TE HARD BINNEN KRIJGEN (OVERREGISTRATIE)

  • Kinderen die aanraking vervelend vinden. Dit kan aanraking door anderen zijn maar ook irritatie van kleding(labels), zand, het lopen op blote voeten, etc.
  • Kinderen die bang zijn voor hoogtes, draaiende voorwerpen of niet “op of over de kop” willen.
  • Kinderen die een hekel hebben aan fel licht of harde geluiden.
  • Kinderen die bepaalde structuren in eten en drinken niet willen nuttigen of die sterk reageren op sterke geuren.

Als reactie op deze overmaat aan prikkels laten deze kinderen vaak reacties als “vechten of vluchten” zien. Andere kinderen keren in zichzelf en proberen zich zo af te sluiten voor alles wat er in de omgeving gebeurt.

KINDEREN DIE PRIKKELS BEPERKT REGISTEREN (ONDERREGISTRATIE)

  • Kinderen die continu alles aanraken en zitten te friemelen.
  • Kinderen die het niet of verlaat voelen als ze zich stoten of vallen.
  • Kinderen die niet voelen dat ze een vieze mond hebben, vieze handen hebben etc.
  • Kinderen die continu op de kop hangen, van hoogtes springen die eigenlijk te hoog zijn. De kinderen die geen grenzen kennen en waarbij je “je hart vasthoudt” in de speeltuin.
  • Kinderen die niet lijken te reageren op geluiden uit de omgeving. Ze zijn vaak dromerig in de klas en moeilijk te activeren.
  • Kinderen die van alles in de mond stoppen of juist veel kwijlen. Deze kinderen houden vaak ook van pittiger eten.

Als gedrag zie je hierbij twee heel tegengestelde reacties. De kinderen die steeds meer prikkels zoeken om maar iets te voelen/ ervaren zijn continu in beweging en zoeken extremen of steeds nieuwe situaties op. Een hele andere uiting in gedrag is het niet tot actie komen. De kinderen die de hele dag lijken te dagdromen en waar het de leerkracht heel veel energie kost om ze te activeren tot bewegen en werken.

KINDEREN DIE MOEILIJK KUNNEN FILTEREN WAT BELANGRIJK IS (DISCRIMINATIEPROBLEMEN)

  • Kinderen die het overzicht op een drukke bladzijde in het boek kwijt zijn.
  • Kinderen die alles om zich heen zien gebeuren en horen en niet tot werken kunnen komen. Of daardoor niet lijken te horen dat moeder geroepen heeft terwijl hij een boek aan het lezen is.
  • Kinderen die moeite hebben met iets terug te vinden. Bijvoorbeeld de goede letter vinden in een doos met stempels of de tweede sok in een la vol sokken.

Door het niet goed samenwerken van zintuigen of niet goed binnen krijgen van informatie is het plannen van taken en het organiseren van bewegingen moeilijk.

Voorbeeld: Een kind met sensomotorische problemen is onhandig met bijvoorbeeld gym. Hoewel alle spieren het goed doen en het kind gewoon diepte kan zien, botst het tegen toestellen aan en zien bewegingen er slordig uit. Het kind kan de informatie van de ogen (waar staat het toestel?) niet goed koppelen aan de informatie van het evenwichtsorgaan (waar bevind ik me in de ruimte?). Daarom lukt het niet de beweging goed en doelgericht uit te voeren.

KINDERFYSIO MAASLAND 0412 72 49 20
Hoofdvestiging Verdilaan 48, 5384 CJ Heesch
Ook behandellocaties in Oss en Berghem

KINDER FYSIO MAASLAND 0412 72 49 20
Hoofdvestiging Verdilaan 48, 5384 CJ Heesch
Ook behandellocaties in Oss en Berghem